Virtuele laboratoria in actie voor biodiversiteit

Onderzoekers uit heel Europa gaan samen virtuele laboratoria opzetten voor onderzoek naar grootschalige veranderingen in biodiversiteit. Zonder deze laboratoria nieuwe stijl is het moeilijk om de vinger achter deze veranderingen te krijgen. De coördinatie van dit initiatief gebeurt vanuit Science Park Amsterdam.

Welke invloed heeft de groei van steden op de overlevingskansen van planten en dieren? Moeten boeren andere gewassen telen als de opwarming van de aarde doorzet?  Het zijn vragen waar Nederlandse onderzoekers graag antwoord op hebben. Binnenkort worden ze wellicht op hun wenken bediend dankzij het programma LifeWatch, zegt Wouter Los uit. Vanuit Science Park Amsterdam is hij de coördinator van dit Europese initiatief.

LifeWatch is een programma om gezamenlijk op Europese schaal onderzoek naar biodiversiteit mogelijk te maken. Het gaat hierbij behalve om onderzoek naar planten en dieren ook om micro-organismen en hun genetische diversiteit en ecosystemen. In Europa lopen hiervoor veel onderzoeken. Biodiversiteit verandert namelijk in hoog tempo. Wetenschappers willen weten hoe dat komt.

Het ontbreekt hen aan mogelijkheden om de beschikbare onderzoeksinformatie grootschalig te analyseren. ‘Biodiversiteit is een bijzonder complex systeem waarop verschillende factoren invloed hebben’, zegt Wouter Los. ‘Om de samenhang tussen al die factoren te begrijpen, hebben we analysesoftware en computercapaciteit nodig.’

Het programma LifeWatch probeert daarin te voorzien. Door informatiebestanden, analysesoftware en rekenkracht uit heel Europa aan elkaar te knopen, ontstaan virtuele laboratoria, zegt Wouter Los. Daarin kunnen veranderingen in de biodiversiteit worden gesimuleerd en geanalyseerd. Gewone laboratoria kunnen de enorme hoeveelheid informatie die hiervoor beschikbaar is niet verwerken. ‘LifeWatch levert verder genoeg rekencapaciteit voor gigantische analyses’, zegt Wouter Los.

Dankzij LifeWatch kan elke onderzoeker gebruikmaken van onderzoek uit heel Europa. Zweden bijvoorbeeld heeft een traditie in het verzamelen en gebruiken van natuurwaarnemingen door amateurs. Er is daar een nationaal systeem voor het verzamelen van deze waarnemingen, het geven van feedback erop en het interpreteren van de informatie.

Wouter Los reist nu door heel Europa om afspraken te maken met overheden en onderzoeksinstellingen over samenwerking binnen LifeWatch. ‘Het enthousiasme om mee te doen groeit in Europa. Gelukkig zien Europese landen en onderzoeksinstituten het nut in van kennis delen over biodiversiteit. Nu zijn we bezig om met steun van de Europese Commissie de technisch wetenschappelijke architectuur, de organisatie, het businessplan en het juridisch kader op te stellen. In 2011 hopen we de organisatie rond te hebben, zodat we van start kunnen gaan.’

Het hoofdkwartier van LifeWatch moet nog aangewezen worden. Wouter Los hoopt op Science Park Amsterdam als plaats van vestiging. ‘We hebben hier een geweldige IT-infrastructuur. Bovendien hebben we ervaring in het coördineren van wereldwijde datanetwerken. Onlangs nog is Science Park Amsterdam als vestigingsplaats gekozen voor het EGI-hoofdkantoor. En niet te vergeten hebben we hier al het Instituut voor Biodiversiteit en het Ecosysteem Dynamica, een onderzoeksinstituut van wereldnaam.’

In deze editie:

Fotografie: Jan Willem Steenmeijer