Wetenschappelijke onderzoekers leren de weg naar bedrijven te vinden op Science Park Amsterdam. Dat constateert Paul Doop, nauw betrokken bij de ontwikkeling van Science Park Amsterdam. Als zich straks meer financiers melden, kunnen er veel meer mooie dingen ontstaan.
Behalve vicevoorzitter van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam is Paul Doop ook bestuurder van Matrix/ASP. Deze organisatie exploiteert de Matrix gebouwen voor bedrijven op Science Park Amsterdam. De overdracht van wetenschappelijke kennis naar het bedrijfsleven volgt hij van dichtbij.
De betekenis van Science Park als wereldwijd ict-knooppunt moet niet worden onderschat, zegt Doop. “De recente keuze van de internetbank van ABNAMRO (Moneyou) voor SciencePark is daarvan een goed voorbeeld. Bedrijven willen graag zitten op het knooppunt waar zij zowel de fysieke - als de kennisinfrastructuur vinden.”
Doop is ingenomen met de groei van het park. De instituten van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) tellen inmiddels acht- tot negenhonderd medewerkers. Het nieuwe faculteitsgebouw biedt straks onderdak aan tweeduizend wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam. En in de zogeheten matrixgebouwen werken bij startende bedrijven ruim zeshonderd mensen. “Een goed begin, maar er is nog ruimte voor nieuwe bedrijven.”
Nu is het tijd voor de volgende slag, zegt Doop. Stuw de hoogwaardige kennis vanuit de wetenschap naar de bedrijven die op Science Park Amsterdam gevestigd zijn. Vooral onderzoekers moeten daarmee nog ervaring opdoen. “Zij concentreren zich uiteraard allereerst op hun onderzoek. Het vermarkten van hun vindingen staat voor hen op de tweede plaats. Wij helpen ze om duidelijk te maken welke enorme mogelijkheden de markt biedt.”
Daarvoor heeft de universiteit het Bureau Kennistransfer opgericht. Dat brengt innovaties van wetenschappers op Science Park Amsterdam in kaart en zoekt er financiers bij. Ook biedt het bureau hulp bij de bescherming van het intellectueel eigendom. “Veel onderzoekers moeten nog wennen aan deze manier van werken. Maar ik zie de bewustwording groeien.”
Botsende belangen tussen wetenschap en bedrijfsleven? Doop ziet ze niet. “We hebben het bedrijfsleven nodig om vindingen verder te brengen. In de kruisbestuiving tussen universiteit en bedrijfsleven kunnen ook nieuwe ideeën ontstaan. Neem de ontwikkeling van het E-science centre. Daar hebben Nikhef, de universiteit en organisaties als TNO en IBM zich nadrukkelijk aan verbonden.”
Het gaat hier om een virtueel laboratorium dat informatie wereldwijd ontsluit en nieuwe vormen van wetenschapsbeoefening mogelijk maakt. Bijvoorbeeld door het combineren van computersimulaties en fysieke experimenten. Uiteenlopende disciplines, zoals over biodiversiteit en voedselwetenschappen, en bedrijven vinden elkaar hier.
Science Park Amsterdam prikkelt wetenschappers dan ook om hun blik op de markt te richten. “Het is belangrijk ideeën los te maken. Goed voorbeeld is de Science Park Ideeën Prijsvraag, gewonnen door Viktor de Boer. Zijn interactieve speelkleed voor kinderen heeft marktpotentie. Bureau Kennistransfer helpt hem bij de bescherming van zijn idee.”
Daarnaast vindt Doop het belangrijk dat wetenschappers en medewerkers van bedrijven elkaar veelvuldig ontmoeten. “Daarvoor zijn ontmoetingsplekken in de faculteit, in de matrixgebouwen en in café-restaurant Polder zo belangrijk.”
Het liefst ziet Doop nog een extra element op Science Park Amsterdam. “Partijen die durfkapitaal beschikbaar kunnen stellen. Wetenschappers moeten hun ideeën kunnen presenteren aan potentiële geldschieters. Dat is een slag die Science Park Amsterdam nog kan maken.”