Biologie voor bedrijven


Wat heeft biologie te maken met ondernemende bedrijven? Alles, meent Stanley Brul, hoogleraar moleculaire biologie en voorzitter van het Nederlands Insituut voor Biologie.  Samenwerking tussen die twee heeft haar nut bewezen. Vooral op het gebied van voedselveiligheid, een hot issue in zowel het bedrijfsleven als daarbuiten.

Brul is in april voorzitter geworden van het Nederlands Instituut voor Biologie. Daarnaast is hij hoogleraar moleculaire biologie en microbiële voedselveiligheid aan het op Science Park Amsterdam gevestigde Swammerdam Institute for Life Sciences van  de Universiteit van Amsterdam. Tenslotte is hij vanuit de Universiteit van Amsterdam één dag per week actief als consultant Food Microbiology bij Unilever.

Ook in de biologie is samenwerking met bedrijven van groot belang, benadrukt hij. “Een voorbeeld daarvan zie je in Wageningen. Daar is Checkpoints gevestigd, een bedrijf dat zich richt op detectie in levensmiddelen van bacteriële pathogenen en bederf veroorzakende sporenvormers.  Hiervoor heeft zij geheel nieuwe technieken ontwikkeld. Specifiek voor de sporenvormers is dat gebeurd in samenwerking met onze groep hier aan de Universiteit van Amsterdam, Unilever enTNO.  De kennis die de universiteit op deze manier vergaart over de moleculaire structuur van bacteriën, levert een bijdrage aan de komst van nieuwe bedrijvigheid.“

Op Science Park Amsterdam ziet hij dezelfde soort mogelijkheden voor samenwerking. “Het gaat er daarbij niet alleen om wetenschappers te faciliteren. Het is ook belangrijk jonge bedrijven een vestigingsplek te bieden. Door de aanwezigheid van al die partijen kunnen nieuwe vindingen  gestalte krijgen.”

Hoe ziet Brul de samenwerking tussen biologie en bedrijfsleven op Science Park Amsterdam voor zich? “Met behulp van een kennisinfrastructuur.  Bedrijven moeten onder ogen krijgen welke mogelijkheden er liggen.”

De onderwijscomponent heeft daarvoor bijzondere aandacht nodig wat hem betreft. “Biologen worden zich alleen bewust van de mogelijkheden die bedrijven te bieden hebben, als zij daar al tijdens hun opleiding kennis mee maken. Dat vergroot de kans dat biologen zich na hun opleiding richten op een spin-off. Daarvoor moeten we hen naar de bedrijven brengen. Niet alleen naar de grote zoals DSM of Unilever, maar ook naar de kleine bedrijfjes die op Science Park Amsterdam gevestigd kunnen zijn. Daar moeten we in de eerste fase van de studie al mee beginnen.”

Verder moet de universitaire opleiding biologie meer aandacht besteden aan management. “In de masterfase kennen we een managementvariant. Die is een aantal jaren onderbelicht geweest.  Het zou goed zijn daar sterker op in te zetten, ook voor aio’s.  Zodat biologen die goed zijn in onderzoek, beter weten wat  er komt kijken als ze een product willen lanceren.” 

In deze editie: