Nieuw faculteitsgebouw verbindt stad en polder


Drie architecten ontwierpen de nieuwe faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica op Science Park Amsterdam. ‘Toch is zo één samenhangend 
gebouw ontstaan,’ zegt coördinerend architect Rudy Uytenhaak. ‘Het is een supergroot gebouw maar we hebben er een rijk studiegebouw van gemaakt.’

‘Als onderdeel van de stad heeft  Science Park Amsterdam een intensieve bebouwing nodig,’ zegt Uytenhaak. Aan de andere kant wordt het landschap  in hoge mate gekleurd door de oude poldercorridors. In het  ontwerp van de nieuwe faculteit komen die twee aspecten samen.  ‘Het supergrote gebouw creëert een dynamische stedelijke ontmoetingszone,  maar de rust  van de polder gaat niet verloren.’

Uytenhaak ziet een parallel met de Oudemanhuispoort in de Amsterdamse binnenstad, het domein van onder meer de Rechtenfaculteit. ‘Het gaat om het gevoel van stedelijkheid en dynamiek. De aanwezigheid van veel mensen. Maar er is ook de ontspanning. De stilte van de hoven. Die combinatie hebben we ook bij de nieuwbouw voor de bètafaculteit gestalte willen geven.’

Eigen identiteit

Drie architecten ontwierpen ieder een eigen deel van het gebouw: Rudy Uytenhaak, Herman Hertzberger en Meyer & Van Schooten. Deze spreiding van verschillende delen die toch tot eenheid heeft geleid, kenmerkt de faculteit, vertelt Uytenhaak.  ‘Vijf bèta-disciplines komen bij elkaar samen. Dat is nodig omdat de ontwikkeling van de wetenschap steeds meer plaatsvindt op de kruisingen van de verschillende vakgebieden. Daarom is het een supergroot gebouw.’

Ondanks de afmetingen mocht het gebouw niet de uitstraling krijgen van een moloch. ‘Daar hebben we goed over nagedacht’, vervolgt Uytenhaak.  ‘Daarom is gekozen voor architecten met een heel verschillend handschrift. Maar ook de juiste plaatsing van identiteitsgevoelige onderdelen is van fundamenteel belang. We hebben twee hoven gemaakt. Rondom deze hoven zijn de centrale voorzieningen gesitueerd: restaurants, collegezalen, bibliotheek en fitnessruimte. Vanuit die knooppunten zijn er verbindingen naar plekken met een eigen identiteit.’

Polderstroken

Uytenhaak maakt een vergelijking met een klassieke haven.  ‘Het kerngebouw met op de bovenste etages onderwijsruimten en kantoren laat zich vergelijken met een pakhuis. Daarvoor bevindt zich het publieke domein. Een vide of kade.  Vervolgens worden de laboratoria als schepen aan de kade afgemeerd. Loopplanken verbinden de verschillende ruimtes met elkaar.’

Het gebouw staat haaks op de polderstroken. ‘ Door deze plaatsing worden de verbindingen om het gebouw heen niet geblokkeerd en maken we de ruimte vrij voor een nieuwe synergie met andere gebruikers van het Science Park.’ Op die manier ontstaat een stukje nieuwe stad, dat dienstbaar is aan de functionaliteit: groot en intensief, toch leefbaar en karakteristiek.

In deze editie: