Science Park Amsterdam heeft van Amsterdam een eersteklas centrum voor onderzoek en wetenschap gemaakt. ‘De verdere uitbouw hiervan zal die positie verder versterken,’ vertelt grondlegger Sijbolt Noorda. ‘Amsterdam staat met Science Park Amsterdam op de eerste plaats in wetenschappelijk Nederland.’
‘Science Park Amsterdam overtreft mijn verwachtingen. Wat we niet konden plannen, is toch gebeurd. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) breidt de onderzoeksinstituten uit, AMOLF betrekt een nieuw gebouw, het Centrum Wiskunde & Informatica gaat uitbreiden, de Nederlandse Spoorwegen starten met de bouw van een spoorwegstation. Met al die zaken ben ik heel gelukkig.’
Kenniscentrum van Nederland
Sijbolt Noorda, thans voorzitter van de VSNU (vereniging van universiteiten) is als oud-bestuurder van de Universiteit van Amsterdam één van de grondleggers van Science Park Amsterdam. Het wetenschapspark draagt volgens hem bij aan de profilering van Amsterdam als kenniscentrum van Nederland.
Hij wijst in dit verband op het belang van het nieuwe gebouw van de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (FNWI). ‘In de ontwikkeling van de natuurwetenschappen hangt alles met elkaar samen. Neem de moleculaire biologie. De ontwikkelingen van de afgelopen vijftien jaar zijn ondenkbaar zonder de ontwikkeling van slimme simulaties. Door de samenwerking tussen computerwetenschappers en biologen op Science Park Amsterdam, is een nieuwe tak van sport ontstaan. Dat is maar één voorbeeld. De scheidslijnen tussen natuurkunde, scheikunde en biologie vervagen. Er ontstaan nieuwe vormen van natuurkunde. Door alle mensen die hieraan werken samen te brengen op Science Park Amsterdam, behoren we tot de kopgroep in de wereld.’
De basis voor Science Park Amsterdam werd bijna twintig jaar geleden gelegd. ‘In 1991 verscheen het rapport ‘Concurreren met kennis’. De commissie Kennisinfrastructuur Amsterdam adviseerde toen Amsterdam als centrum van kennis,wetenschap en technologie te versterken.
Internationale allure
De Universiteit van Amsterdam heeft vervolgens eind 1993 voor het eerst beschreven wat de meerwaarde zou kunnen zijn van de uitbouw van de bestaande onderzoeksinstituten en de faculteit biologie in de Watergraafsmeer tot de vestigingsplaats van de hele faculteit natuurwetenschappen en kennisintensieve bedrijvigheid.
Universiteit en gemeente staan al jaren schouder aan schouder om de hoofdstad via Science Park Amsterdam als kenniscentrum te profileren. Noorda: ‘De komst van een kenniscentrum van internationale allure krijgt al vijftien jaar alle steun van de plaatselijke politiek. In intensieve samenwerking met de universiteit is de weg vrijgemaakt voor alle activiteiten die nu gaande zijn.’
‘Natuurlijk ondervinden wij de gevolgen van de economische crisis. De bouw van kantoren en bedrijfsruimten is afhankelijk van privaat kapitaal en heeft een iets ander tempo aangenomen. Maar van afstel zal geen sprake zijn.’